Portfolio 1000km Spa-Francorchamps 12-14 mei 2006
De plaatjes worden iets kleiner in dit scherm…copy/paste naar een nieuw scherm doet wonderen.
The picture sized will automatically reduced…copy/paste to a new screen will help.
















De plaatjes worden iets kleiner in dit scherm…copy/paste naar een nieuw scherm doet wonderen.
The picture sized will automatically reduced…copy/paste to a new screen will help.
















Deel van de negende dag is natuurlijk de mis met de Paus die ik voorgaand al beschreven heb. Wij vertrokken na de zegen van de Paus en hebben hem nog in helikopter zien vertrekken. Er waren drie opties: lopen, de trein of de bus. De trein was de vorige dag geen succes geweest en we hadden gehoord dat de bussen voor de Nederlanders apart stonden. We besloten de bus te nemen.
Aangekomen bij de bushaltes was het druk. Ik voelde me niet al te best omdat ik een nacht niet had geslapen en ik vermoedde dat ik kou had gevat. Mijn gezicht gloeide. Een aantal groepen probeerden voor te dringen. De Australiërs protesteerden luidruchtig en dat hielp. Als dank zongen we Skippy the bush kangaroo voor ze.
De bushaltes waren op een industrieterrein met éénrichtingsverkeer. De bussen gingen per drie. Drie voor Niederaussem, drie voor Keulen, enzovoorts. De bussen konden niet al te vlug aangevoerd worden omdat ambulances voorrang hadden voor de zieken. Terwijl we wachten hoorden we in de verte Cliff Richard optreden. De Italianen hadden een route gevonden om langs ons heen naar de bussen te lopen die nog naar de haltes moesten rijden. Zodoende was iedere bus die op de halte aankwam al gevuld met mensen. En zo gevuld dat de ramen beslagen waren en je overal tegen de ramen ruggen, handen en gezichten zag. Afgeladen. Intussen stonden er al zeker 300 mensen bij de haltes en vond iedereen het wel zo eerlijk om het voorbeeld van de Italianen te volgen. Iedereen liep de weg af op zoek naar bussen naar Keulen of anderszins om alvast in te stappen voor de halte. Beveiliging probeerde ons te stoppen maar dat zorgde voor opstootjes. Zeker van de Italianen die een volgend vervoermiddel moesten zien te halen, die avond nog. Er werd geduwd, gescholden, gehuild en veel mensen vielen flauw. Ook werd er geacteerd dat er flauwgevallen werd en zodoende moest er gecontroleerd worden of iedereen die bij de Maltezers instapten wel echt beroerd was of niet.
We liepen verder op zoek naar een bus naar Keulen. We kwamen een Nederlandstalige Poolse buschauffeur tegen en vroegen hem of hij de Nederlanders naar Keulen wilde brengen. Helaas wist hij alleen de route naar een andere plaats maar hij vertelde ons dat op de heuvel verderop een grote groep bussen stond. Daar gingen we heen. Ondertussen had ik drie keer de suggestie opgeworpden dat we konden gaan lopen naar Keulen, dan waren we nog sneller dan op deze manier omdat iedere bus eerst voorbij de halte moest voordat ze echt konden vertrekken. En staand in een volle bus wachten vond ik erger dan 17 km lopen.
Toen we aankwamen bij de heuvel, arriveerde de politie. De hele middag hadden er al helikopters boven ons hoofd gezwermd om de mensenmassa in de gaten te houden. We waren vertrokken om 1 uur en nu was het half zes en stonden we op de heuvel, zo’n vijf km van Marienfeld.
Hier hoorden we dat de Italianen demonstratief op het wegdek waren gaan zitten. Geen enkele bus zou er nog doorkomen. Iedereen was het nu met me eens dat we moesten gaan lopen naar Keulen. We zagen bewegwijzering bij de provinciale weg naar Keulen. Daar reed op het moment toch geen hond en we vertrokken. Het lopen viel goed te doen. We hadden er acht km opzitten toen we bij een kruispunt aankwamen waar we meer informatie vroegen. Er was een splitsing. De ene weg was nog 15 km naar Keulen, de andere weg 12. Bij die weg van twaalf km zouden we na een kilometer een bushalte vinden. Als daar de bussen vol waren zouden we na nog een kilometer een tweede bushalte vinden. We kozen dus voor de weg van 12 km. Na één km was daar de bushalte. De derde bus naar Keulen had plek voor ons en we stapten in. We konden zelfs zitten. De bus reed naar het stadion van Keulen en van daaruit konden we de tram nemen naar de Dom.
Zo is het gegaan en om kwart voor negen waren we op de boot.
Daar kregen we vijf euro om iets te gaan eten in Keulen. We besloten een goed restaurant uit te zoeken omdat dit de laatste avond was dat we bij elkaar waren. Morgen vertrokken we naar Nederland. Keulen was uitgestorven. Iedereen behalve wij bootgangers was al naar huis. We hebben gezellig gegeten. De jarige heeft een rondje gegeven en de nieuwbakken tante heeft een rondje gegeven. Doodmoe heb ik me mee laten voeren naar de boot. Daar zat het intercom-meisje te ginnegappen voor de boot en werd een priester boos op haar omdat hij haar had geprobeerd te bellen vanuit het ziekenhuis met het verzoek om proviand te geven voor een meisje dat er nog in lag. Hij vertrok direct weer naar het ziekenhuis met wat eten en drinken voor het meisje en het naïeve ding praatte weer op luchtige toon verder. Schaam je vooral niet.
Om half 1 ‘s nachts kwam de laatste reisgenoot aan vanaf Marienfeld.
De volgende ochtend werd ik wakker van het geluid van de motor. We voeren naar Duisburg en stapten daar op de bus. Die reed rechtstreeks naar Rotterdam waar ik mijn ontvangstcomité had. Daar heb ik afscheid genomen van mijn groepsgenoten met de belofte dat we contact houden.
**De foto’s komen nog!!**
Via de intercom werd door het meisje dat ik de avond ervoor sprak, omgeroepen dat zij haar spullen niet meenam en dat je je eigen plan mocht trekken maar dat zij vond dat het niet nodig was.
Alles ging voor ons volgens plan. We kregen ontbijt op de boot en gingen met de lopers mee tot aan het station. Ik had een hemd aan voor als het warm werd en mijn benedetto t-shirt voor als het kouder was, plus mijn Peruaanse winterjas. Ik kwam er later achter dat ik mijn Alpaca trui vergeten was op de boot.
Het station was rustig en we namen de eerste trein die we zagen. Daardoor moesten we overstappen op een ander station van Keulen dat op de route lag. Aangekomen op dat stationnetje bleek dat iedere trein richting Kerpen bomvol zat. De helft van onze groep wist zich in een trein te werpen. Ik zat in de andere helft en kwam met het idee om de trein terug te nemen tot voorbij Keulen, en daar de trein naar Kerpen te nemen. Dan zaten we al in de trein voordat de grote massa in zou stappen. Zo gezegd, zo gedaan. Het bleek dat ook voor Keulen al veel mensen in de trein zaten. We lieten twee treinen passeren omdat we er niet bij konden en besloten toen om nog verder terug te gaan voor een lege(re) trein. We kwamen aan op het station van de Luchthaven en daar was nog staanplaats in de trein. We stonden tussen Italianen die een liedje zongen voor mijn jarige groepsgenoot.
Na een uur kwamen we aan in, volgens mij, Horrem wat de dichtstbijzijnde plaats was voor Marienfeld. De vijf kilometer er naartoe waren zo gepiept en we kwamen bij ons vak op het veld aan. Dat lag al vol met Fransen en Italianen die ons er niet bij wilden hebben. Aan de rand vonden we een klein plekje en we waarschuwden de Zuideuropese etters dat er nog 500 Hollanders zouden komen voor ook dit veldje. En daar waren ze. Het leverde enige discussie op maar een aantal mensen besloten een leeg veld te zoeken voor alle Nederlanders bij elkaar. Een aantal van ons wilde niet weg vanwege het goede uitzicht op de heuvel waar de Paus de mis zou opvoeren. Toch gingen wij ook mee naar het lege veld. Terwijl op andere velden iedereen rug tegen rug naast elkaar lag, hadden wij nog strepen gras tussen de zeiltjes. Meer dan de helft van de Nederlanders had toch slaapspullen bij zich. We vroegen onze groepsleider om catechese en startten een gesprek over allerlei katholieke onderwerpen (ondertussen traden de Kelly Family en Moya Brennan op). Toen werden we onderbroken door het nieuws dat ik tante geworden was. Ik had een nichtje! Ik heb gehuild van blijdschap, mocht met de telefoon van een groepsgenoot mijn ouders in Nederland bellen om de details te vragen en ik ben naar een internet-punt gespurt om foto’s van mijn nichtje te bekijken op mijn e-mail. Daar heb ik van twee Amerikaanse meisjes een button en een fluitje gekregen om mij te feliciteren met mijn nichtje en ook de frater en de priester die ik sprak toen ik terug was op het Hollandsche veld feliciteerden me en beloofden me voor haar te zullen bidden. De Aartsbisschop van Keulen ging voor in een viering en het hele veld stak kaarsen op. Er waren meer dan 1 miljoen mensen op het veld. Langzamerhand, zo rond 10 uur ‘s avonds, kropen de mensen in hun slaapzakken en werd het koud. Wij startten opnieuw een catechese en hebben over allerlei onderwerpen gesproken tot 3 uur ‘s nachts. Het werd heel koud. Soms zagen we een verloren schaap lopen die geen slaapspullen bij zich had. Een meisje viel bij ons op het zeil in slaap, werd weer waker en stond zo te rillen en keek zo afwezig uit haar ogen dat we bang waren voor onderkoeling. Omdat we niet wisten wat we moesten doen, hebben we haar toch laten slapen terwijl wij onszelf gingen opwarmen door een rondje over het veld te lopen. Toen we terugkwam, was ze opgestaan en dat stelde ons in ieder geval gerust dat ze niet bewusteloos was geweest. Uiteindelijk bleef ik samen met een groepsgenoot over als de enigen die van onze groep geen spullen bij zich had. We mochten delen met anderen maar we wilden hen eerst een deel van de nacht laten slapen voordat wij ijsklompjes bij ze kropen. We liepen opnieuw een rondje over het veld en zagen de Maltezers (een katholieke vereniging die vergelijkbaar is met het Rode Kruis) druk doende met onderkoelde mensen. Terug op ons eigen veld bleken ook al een aantal mensen onderkoeld.
Uiteindelijk was het vijf uur in de ochtend en hield ik het niet meer van de slaap. Ik kon onze gesprekken niet meer aan de gang houden en was ook niet meer zo helder dat ik wist wat ik allemaal zei. Ik kroop bij een meisje in haar slaapzak en viel snel in slaap terwijl om mij heen mensen wakker werden. Een jongen kwam naar mij toe om me toe te dekken. Ik zei dat hij me maar met rust moest laten want ik lag er pas vijf minuten in. Later bleek dat ik er toen vijftien minuten in lag. Rond acht uur werd ik weer wakker. Steeds meer mensen werden wakker en sommigen maakten om mij heen een hoop geluid omdat ik in de nacht een hoop geluid had gemaakt dat hen uit hun slaap had gehouden. Mij konden ze er niet gekwetst mee krijgen.
De Paus arriveerde en de mis begon. Hij hield zijn homilie in vier verschillende talen maar mijn radiootje had bij een eerdere viering drie verschillende tolken door elkaar laten horen, waardoor ik er vanaf zag om de vertaling te gaan luisteren. Ik heb op dat moment niet opgevangen wat de Paus zei maar kreeg toen ik thuis was de Engelse vertaling via e-mail van mijn groepsleider. De muziek was (opnieuw) erg mooi. Meer mensen werden van het veld gehaald met onderkoelingsverschijnselen. Gelukkig zag ik dat het meisje dat bij ons op het zeil had geslapen, gezond een eindje verderop zat. Ik vroeg me af of het meisje van de intercom zich nu niet zou schamen dat zoveel mensen haar plan hadden overgenomen. In totaal zijn er zes mensen van onze groep onderkoeld geraakt. ‘s Avonds lagen er nog een aantal in het ziekenhuis maar voor vertrek naar Nederland was gelukkig iedereen weer ontslagen en bij ons.
De communie werd uitgedeeld en het liep storm bij de priester. Aangezien ik toch al niet mijn volle aandacht bij die viering had gehad, zag ik ook maar af van de communie. De priester stond al vlug met een lege schaal en gaf iedereen in plaats daarvan de zegen. Op dit tijdstip vertrokken al veel mensen van het veld. Naar later bleek hadden de meeste mensen diezelfde avond al hun terugreis en moesten ze voortmaken.
Vandaag de laatste catechese voordat we naar Marienfeld zouden vertrekken op zaterdag. Terwijl we gisteren iedereen jaloers maakten met onze foto’s van de Paus op nog geen vijf meter afstand, hoorden we dat Bisschop Hurkmans een niet zo heel erg inspirerende catechese had gegeven. Omdat we ons toch wel schaamden dat we gisteren niet gegaan waren, gingen we met extra goede moed naar Wuppertal voor de catechese van Bisschop Eijk van Groningen. Wat zijn thema feitelijk was, herinner ik me niet meer. Maar hij is een enthousiast spreker en vertelde ons over de rol van de drie koningen, of de drie wijzen zo je wilt. Herodes had het niet op die pasgeboren baby en de drie koningen werden gewaarschuwd een andere weg te nemen van Bethlehem terug naar huis omdat Herodes hen naar het leven stond. Eijk gaf ons het advies ook een (figuurlijk) andere weg naar huis te nemen vanuit Keulen. Nu namen wij sowieso een andere weg want we zouden met de bus teruggaan maar hij bedoelde dat we ons moesten laten beïnvloeden door de indrukken die we op de WJD hadden gedaan en zo een andere weg zouden kunnen gaan bewandelen. Op weg naar huis en daarna. Er waren verschillende Herodessen binnen in ons, zoals egoïsme en die Herodessen moesten we ontwijken. Ik was het niet met Eijk eens dat egoïsme per definitie slecht is en daar heb ik later nog over gesproken met mijn deelgroepleider. Ook zei Eijk dat veel jongeren er op los leven en dat wij dat als katholieken niet doen en niet moeten doen. Ik houd er helemaal niet als mensen dat zeggen. Ik ken veel niet-katholieken en die leven er absoluut niet op los. Ze leven vaak ook bewuster dan ik en vele mede-katholieken doen. Het is onzin te zeggen dat katholieken een betere weg bewandelen dan niet-katholieken. Ik kan daar echt hels om worden omdat het klinkt als een superioriteitsgevoel en omdat het negeert dat heel veel niet-katholieken zo ontzettend goed leven. Bah!
Ook vertelde Eijk dat ware liefde wacht. Een standpunt dat ik van hem kende en dat uit de lucht kwam vallen in zijn catechese. Hij gaf een catechese die me heeft doen nadenken en dat zijn de goede catecheses. Ik wist van tevoren dat Eijk en ik op een ander spoort zitten wat geloof betreft maar zijn verhaal was leerzaam.
Ook kwamen we er deze dag in Wuppertal achter dat de voorzieningen voor de Nederlanders hier stukken beter waren dan onze voorzieningen in Keulen. Er werd voedsel en water uitgedeeld, er was een informatiemarkt en de vieringen waren levendiger dan bij ons. De items die aan bod kwamen waren inspirerend. Met name Leo Fijen die bij de omroep RKK werkt, getuigde indrukwekkend van zijn geloof. Hij is een overtuigend spreker. Ik vond op dat moment de katholieke kerk niet meer zo eng, zo theatraal en zo oppervlakkig en conservatief. Uit het kleine, uit het liefdevolle en uit het spirituele haal je veel meer dan uit die massaliteit van de afgelopen dagen. Helaas was die massaliteit er de volgende dagen weer.
Onze deelgroepleider had als priester-kandidaat een audiëntie bij de Paus met alle andere priester-kandidaten die in Keulen aanwezig waren. Een paar honderden. Daarom konden we na de catechese niet verder praten over de onderwerpen van Eijk. We keken in ons programmaboekje om voor de eerste keer een festival bij te wonen. Die werden georganiseerd in Keulen, Bonn en Düsseldorf. Met de in te caluleren reistijd bleek dat we maar weinig zouden kunnen zien van een festival. We gingen onze lunch halen in de enige regenbui die we hebben gehad en we aten het op in een overdekt winkelcentrum. Het was een mazzel dat we net daarvoor het gratis opvouwbaar krukje van Katholiek Nieuwsblad hadden gekregen want we hadden wel een rauwe achterste van al dat op de grond zitten in die week. Na de lunch zijn we gaan stadten in Wuppertal. En ‘s avonds zijn we teruggegaan naar Keulen om daar de Kruisweg te zien. De donkere wolken pakte al samen boven de stad en we besloten in een restaurant te gaan zitten langs de route van de Kruisweg. We hebben er heerlijk gegeten en onze eigen discussies gehouden voor zover we daar tijd voor maakten naast de gezelligheid. Buiten hing een gordijn van regen. Het stortte alsof alle sluizen waren opengezet. Aan het eind van de avond bleek dat de Kruisweg langs was gekomen in een zijstraat waar wij niet op uitkeken. Respect voor de mensen die in die stortbui de Kruisweg hebben gelopen.
We zijn vroeg gaan slapen omdat we de volgende dag de avondwake gingen houden op Marienfeld bij Kerpen. Voordat ik ging slapen ben ik advies gaan vragen bij de intercom-bediende van de boot aan wie ik de hele week al de pest had. Ik had begrepen dat mijn slaapspullen doornat zouden regenen op het veld en dat ik ze beter niet mee kon nemen. Wat vond zij? Ze was het met me eens en zij nam ook haar matje en slaapzak niet mee. Dat scheelde ook een hoop gewicht op de tocht. Het was 17 km lopen van Keulen naar Marienfeld maar je kon ook met de trein en dan hoefde je nog maar 5 km te lopen. Opnieuw wilde we listig zijn en niet met de grote groep meelopen. We besloten net zo laat te vertrekken als de lopers maar dan toch met de trein te gaan.
En we gingen slapen.
We werden gewekt door de intercom die ons maande ons strak aan de planning te houden zodat we op tijd weer terug zouden zijn in Keulen. We moesten namelijk naar Wuppertal voor een catechese van Bisschop Hurkmans van Den Bosch over de eucharistie. Na de catechese zou iedereen snel weer in de trein moeten zitten om in Keulen door de mensenmassa naar de boot te gaan. De mensenmassa was in aantocht vanwege het bezoek van Benedictus XVI aan Keulen. Onze boot lag het dichtste bij de Dom van alle boten en daarom had de organisatie van de WJD aan de Nederlanders gevraagd om de boot te verplaatsen naar de vierde steiger verderop. Vanaf de boot gingen de Nederlanders de Paus toezwaaien. Iedereen met oranje t-shirt aan.
Nu zaten er in mijn groep een drietal paus-fans. En die waren er van overtuigd dat we nooit op tijd terug zouden zijn uit Wuppertal om een goed zicht te hebben op de Paus. Daarom pleitten ze er voor dat we niet naar Wuppertal gingen maar in Keulen bleven. We gingen akkoord. Ik ging akkoord omdat ik had gehoord dat sommige mensen in tranen zijn zodra ze de Paus zien. En dat maakte me nieuwsgierig.
We liepen naar het ontbijt in de Köln Messe. Daar was het lekker rustig. Terwijl we ons ontbijt aten, ontdekten we dat ook de Surinamers niet naar Wuppertal gingen maar hun eigen catechese hielden in Keulen. We vroegen onze groepsleider om ook catechese te geven vandaag.
Na het ontbijt liepen we terug naar de kade waar een aantal Duitsers al hun plaats aan de dranghekken markeerden met vlaggen. We zaten ideaal. Een groepsgenoot ging op zoek naar de toiletten en kwam terug met een verhaal dat ze uit een gesprek had opgevangen. Om het terrein van de kade heen stonden een aantal legertenten. Daar zou iedereen gefouilleerd worden alvorens ze het terrein weer op mochten. Het terrein zou leeggeveegd worden en gecontroleerd worden op explosieven en ander gevaarlijk spul. We zouden dus niet op onze mooie plek kunnen blijven zitten. Daarom besloten we direct in de rij te gaan staan bij de dichtstbijzijnde legertent en zo nog een kans te maken op onze plek.
Zo gezegd zo gedaan. De rij was nog rustig. Voor ons stonden zo’n twintig Chilenen, achter ons sloten zo’n twintig Tahitianen aan. Allemaal in fleurige jurken en pakjes, met bloemenkransen, schelpjes, strohoedjes en gitaren. Het plaatje was compleet. Diezelfde groepsgenoot van ons besloot naar de boot te gaan om haar oranje Benedetto t-shirt op te halen. Ze bood aan om alle spullen die in beslag genomen zouden kunnen worden veilig te stellen op de boot. We gaven haar onze deodoranten en scharen. Even later kwam ze terug met t-shirt en de Tahitianen lieten haar vriendelijk door om zich bij onze groep aan te sluiten. Daar hoorden we dat ze eigenlijk niet de boot op had gemogen. Die stroomde op dit moment vol met bisschoppen die vanaf de boot de Paus gingen bekijken. Ze had een discussie gehad en toch kunnen bewerkstelligen dat ze de boot op mocht. “Ja, ik heb betaald voor die boot. Die bisschoppen niet”. De Chilenen waren minder vriendelijk dan de Tahitianen. Ons groepje maakte een splitsing tussen de Chilenen en ze wilden elkaar niet uit het oog verliezen dus vroegen ze ons achteraan te sluiten. Dat wilden we niet.
Toen ging de tent open en kon het fouilleren beginnen. Per drietal gingen de mensen naar binnen en het fouilleren duurde zo’n 5 minuten per persoon. Al snel bleek dat de mensen die in de buitenste regionen van de mensenzee stonden in het voordeel waren. Ze liepen om de grootste groep heen en sloten vooraan aan. Ik heb veel Tahitianen langs mij heen zien lopen. De massa kwam steeds dichter op elkaar staan om op te schuiven naar de ingang van de tent. Uiteindelijk hoefde ik mijn eigen rugzak niet meer te dragen omdat mijn achterligger die op zijn schouder of hoofd had liggen. Mijn eigen voeten hoefde ik niet of nauwelijks meer te gebruiken omdat ik in de hoogte was gedrukt door omstanders.
Na twee uur was ik twee meter opgeschoven. Ik stond nu aan de zijkant van de tent. Van de Tahitianen was zeker al de helft naar op het terrein. Van mijn groepje ook. De Tahitianen werden daar onrustig van en zelfs agressief. Er werd geduwd en gescholden (in het Frans. Ik glimlachte maar wat terug) en op een gegeven moment zag ik een Tahitiaan de neiging onderdrukken om mijn groepsgenoot een klap op zijn hoofd te geven omdat hij voor hem stond. Ze tilden het tentdoek van de grond om via de zijkanten van de tent binnen te kunnen komen. Twee keer is de politie naar buiten gekomen om het tentdoek weer naar beneden te laten zakken en de Tahitianen weer naar buiten te laten gaan.
Na nog een uur was ik van de zijkant van de tent 50 cm opgeschoven naar de ingang van de tent. Voor me stond een Amerikaans meisje die net als ik geduldig in het gedrang stond. Ze vroeg of ik voor wilde gaan. Maar ik zei dat we naar mijn idee even lang aan het wachten waren en dat ze gewoon mocht gaan. Terwijl ik achter haar stond, zag ik een zwarte hand tussen mij en haar glippen. Ik keek naar links en vroeg aan de eigenaresse van de hand of ze Engels sprak. Dat sprak ze en ik vroeg sarcastisch of ze misschien voor wilde gaan. Ze vertelde dat haar zoon in zijn eentje al een uur geleden naar binnen was gegaan. Dat hij in paniek en astmatisch was en dat ze niet wist hoe het nu met hem ging. Ze smeekte me voor te mogen gaan. Ik maakte met haar een deal dat ze mij dan achter haar aan zou trekken zodat ik de Tahitiaan die nu ineens achter me stond achter mij kon laten. Dat beloofde ze me maar ze vergat het weer en ik kon daar gelukkig zelf voor zorgen. Met zichtbare en begrijpelijke paniek vroeg ze de politie zich te haasten omdat ze naar haar zoon moest. Een vrouw kwam vanaf het terrein de tent weer in en vertelde de vrouw waar haar zoon was. Ze spurtte de tent uit en ik heb haar niet meer gezien.
Intussen had ik een gesprek met twee vrijwilligers die het tentdoek bewaakten. We hadden het over de Tahitianen en ze waren blij dat ik rustig was en niet tegen ze schreeuwde. Ze hielden de Tahitianen tegen en lieten mij naar binnen gaan.
Ik bood de agent aan hem te helpen met het leeghalen van mijn tas. Dat was niet nodig. Hij vroeg waar ik vandaan kwam en na mijn antwoord zei hij: “we hadden jullie kunnen inmaken, gisteravond.” Ik zei: “daar laat ik me nu niet over uit. Jij bent nu de baas”.
Toen ik uit de tent kwam bleek dat mijn groepje een perfecte plaats had gevonden. Nog geen vier meter van de aanlegsteiger waar we vanochtend nog met de boot hadden gelegen. Om half 10 waren we aangekomen op de kade, nu was het drie uur en om half zes zou de Paus aankomen. We gingen op de grond zitten en speelden hartenjagen. Op de boot druppelden de oranje t-shirtjes binnen. Om ons heen kwamen Canadezen, Amerikanen en Chilenen zitten. Ook veel Duitse ouders en grootouders hadden hun kinderen meegenomen om de Paus te zien. De irritatie was nog hoog want er kon geen bedankje vanaf toen we plaatsmaakten voor iemand die een foto van zijn groep wilde maken. Naast ons stond een meisje met de Franse vlag te zwaaien. Ze had nog geen vierkante meter over met al die groepen om haar heen maar nu bleek dat ze wel meer oppervlakte nodig had. Een groepje van vijf kwam eraan en wurmde zich ertussen. Ze kwamen tegen onze ruggen aanzitten en gingen ook kaarten. Op een gegeven moment had één van hen dorst en viste uit de eerste de beste rugzak een fles water. Die rugzak was van ons.
Mijn groepsgenoot riep in het Engels dat die fles van hem was. De Fransen keken hem twee seconden aan, pakten toen de volgende rugzak en haalde daar een lege fles uit die ze aan hem gaven. Die rugzak en die fles waren ook van een groepsgenoot van mij. Ze jatten een fles water waar we bij zaten! Mijn groepsgenoot zei verder niks. Ik had nog willen zeggen dat stelen door God verboden is en dat ze naar de hel gaan (en dat weet ik niet eens zeker). Maar ik ken het Franse woord voor hel niet.
Na een uur voer de boot met de Paus langs. Hij zat op een stoel op de voorplecht. Iedereen stoof naar voren en we moesten een aantal mensen wegduwen van onze plekken. De rest van de tijd zijn we maar blijven staan.
Hij voer zo’n kilometer verder en sprak een toespraak uit in vier verschillende talen. Hij heeft een monotone stem en ik verstond alleen zijn Engels. Geen idee wat hij heeft gezegd. Het gejoel en gegil was niet van de lucht.
Een uur later kwam hij terugvaren. Langs de boot met de Nederlanders en de bisschoppen en naar ons toe. Daar keerde de boot en legde aan. De Paus was omringt door kinderen in klederdracht, kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders en beveiligingsmensen. Hij is kort van gestalte en heeft weinig uitstraling. Vanuit zijn stoel zwaaide hij naar de menigte aan beide oevers van de Rijn. Na het aanleggen stond hij op van zijn stoel en zwaaide met twee handen naar ons. Ook naar mij en dat was het moment dat ik wel een soort verbondenheid voelde.
We werden ondertussen plat tegen de reling van de kade aangedrukt. Benedictus was nog geen vijf meter bij ons vandaan. De kinderen hadden we geweerd. Ook wij waren geïrriteerd en hadden te lang op deze plek gewacht om hem op te geven voor kleinere mensen. We waren niet de enige egoïsten. Een priester links van ons had alle Amerikaanse jongeren naar achter geduwd om zelf vooraan te staan. Op een gegeven moment voelde ik de hand van een oude dame in mijn zij en haar gesmeek om alsjeblieft voor ons te mogen staan. Linksachter mij stond een Frans of Belgisch meisje die ons probeerde te overtuigen dat ze persfotografe was en wilde ruilen van plaats omdat wij langer waren dan zij. Rechtsachter mij stond een, vermoedelijk Duitse, man zo dicht tegen mij aan dat ik zijn hele lichaam tegen mij aanvoelde. Ik duwde met mijn billen naar achteren en kon hem zo een paar tellen van mij afhouden. Maar toen de Paus de steiger af liep, stond de man weer met zijn lichaam tegen mijn rug. Zijn gezicht tegen het mijne. Ik duwde naar achteren maar het hielp niet. Ik denk dat hij mij wilde intimideren (of hij vond me aantrekkelijk).
De Paus liep van de kade af naar de Dom en wij zagen hem niet meer. Binnen de kortste keren liep de kade leeg. De mensen met digitale camera’s konden direct hun foto’s laten zien. De Paus-fans in mijn groepje kwamen weer tot bedaren. Ik vroeg hen waarom ze zo enthousiast waren over Benedictus XVI. Ik kreeg van een iemand antwoord. Ze zei dat ze zeer veel respect had voor de functie van leider van de kerk en dat ze trots was de mogelijkheid te hebben de leider zelf te kunnen zien. Benedictus kende ze verder niet. Ik kon er geen begrip voor krijgen maar vond het wel mooi om iemand zo blij en gelukkig te zien. Niemand in mijn omgeving moest huilen bij het zien van de Paus. Maar ik hoorde later dat het wel op de boot is voorgekomen. Dus ik heb de hele dag moeite gedaan voor iets dat ik niet gezien heb maar dat ik wel had gezien als ik niet zo’n moeite had gedaan.
We liepen terug naar de boot om daarna in de stad iets te gaan eten. Een groepsgenoot ontdekte dat er iets op mijn billen zat geplakt. Op de rechterachterkant van mijn broek had iemand kauwgom geplakt (die Duitse man misschien?), omdat ik het zicht op de Paus blokkeerde.
Zo is het hoogtepunt van een katholiek evenement het zien van een dienaar van God, hem behandelen als een popidool, daarvoor duwen, schelden, bereid zijn te slaan, stelen, het negeren van mensen die je hulp nodig hebben en het besmeuren van iemands broek. En naar wie hebben we nou helemaal staan kijken??!
Donderdag was de dag dat ik me schaamde voor de kerk en er niet meer bij wilde horen.
Het kan zijn dat ik licht de chronologie uit het oog begin te verliezen. Sorry daarvoor. Ik heb deze reis geen dagboek bijgehouden.
Deze ochtend gingen twee vrijwilligers per deelgroep het ontbijt halen bij de Köln Messe. Na het samen ontbijten hield Mgr. van Luyn op het dek een catechese over waarheidsvinding. Dit in het kader van het levensverhaal van de heilige Edith Stein. Ze was een leergierig Duits meisje van joodse afkomst die op haar veertiende ontdekte dat ze niet meer met haar geloof uit de voeten kon. Ze werd atheïste en zocht gedegen naar de waarheid van ons bestaan. Door haar contacten met christelijke mensen raakte ze gevoelig voor het christelijke wereldbeeld en concludeerde daarin de waarheid te hebben gevonden. Ze werd katholiek gedoopt en besloot in een klooster te treden. Ten tijde van de machtsgreep door de nazi’s leefde ze als carmelites. Ze werd door de nazi’s vervolgd vanwege haar joodse afkomst en vluchtte, om haar medezusters niet in gevaar te brengen, naar het nog onbezette Echt in Nederland. Daar is ze ten tijde van de bezetting opgepakt en naar Auschwitz gestuurd waar ze is gestorven. Van Luyn vertelde over de definitie van waarheid, over de waarheidsvinding van Edith Steijn en dat de waarheid bij God is en via de inspiratie door de Heilige Geest tot de mens kwam. Zijn filosofische benadering van de definitie waarheid was zwaar voor de jongsten maar zijn filosofische zevenmijlslaarzen waren te simpele weergaves voor de meer geoefenden.
Aan het eind van zijn catechese refereerde Van Luyn aan wat al gefluisterd werd na ontvangen SMS-jes. Frère Roger was vermoord. Om mij heen begonnen mensen te huilen. De groepsgesprekken aan de hand van de catechese waren mat. Enerzijds omdat sommigen van ons zo rotsvast geloven dat Van Luyn in hun ogen van begin tot eind gelijk had. Anderzijds omdat de critici door de verdrietige gebeurtenis geen zin hadden in discussie.
Na de groepsgesprekken zou de viering starten en veel jongeren hadden voorbedes geschreven. Voor Frère Roger, voor de Taizé-gemeenschap en voor de verwarde vrouw. Van tevoren was al duidelijk dat de viering niet zou afwijken van het al vastgelegde pad. En tijdens de dienst bleek dat de voorbedes weliswaar bij Christus werden aangeboden (de schaal met het allerheiligste) maar niet uitgesproken. Er was één gebed dat van begin tot eind geformuleerd was door de priester, niet door de jongeren. Mensen die wilden rouwen om Frère Roger (voor veel jongeren was hij een persoonlijke bekende) haakten af van het programma van de WJD.
Volgens mij zijn we daarna vertrokken naar Wuppertal. Met onze bonnen hebben we een soort paella opgehaald en die hebben we met geleend bestek gegeten. Onze reis had de WJD-rugzakken met bestek nog niet gekregen omdat we niet in Wuppertal sliepen maar in Keulen. Na de lunch liepen we langzaamaan weer naar het station om terug te gaan naar Keulen.
In Keulen aangekomen zette we als groepje de pelgrimage naar de Dom. De rij was snel en we stonden vlug in die ontzettend grote kerk. Weliswaar met honderden mensen tegelijk wat er voor zorgde dat je niet met je gedachten af kon dwalen naar godsdienstige gedachten, maar het uiterlijk van de kerk maakte een deel goed. Achterin de kerk staat de gouden kist met de relikwieën van de drie koningen. De kist staat op een verhoging achter een hek. Daaromheen zijn nog meer afgesloten hoekjes en hofjes waar een grafmonument of een altaar staat. De vloer is een mozaïek met middeleeuwse allure. Mooi blauw met goudkleur. Het is een indrukwekkend gevaarte van goud, die kist, en het was een surrealistisch moment om daar met honderd mensen in het flitslicht van camera’s te kijken naar iets dat een geloofsobject is en geen tentoon te stellen voorwerp. Met de golf mee de kerk uit, kwam ik een chineze groep tegen die een schitterend banier had geborduurd: Maria met kind, beiden in Chinees uiterlijk met Chinese gewaden. Ik heb er een foto van gemaakt. We waren zo weer buiten.
‘s Avonds kreeg iedereen een oranje t-shirt, speciaal bestemd voor de volgende dag (donderdag. Op de linkertiet stond het wapen van de huidige Paus en op de rug stond groot het nummer 16 en de Italiaanse naam Benedetto. Waarom Benedictus niet? Die donderdag kwam Benedictus XVI namelijk aan in Keulen. Niet geheel toevallig leek het t-shirt met rugnummer 16 op een voetbalshirt en niet geheel toevallig hield bijna niemand zich aan het verzoek het t-shirt pas de volgende dag aan te doen. We gingen de stad in, zo’n paar honderd Nederlanders met oranje shirts en Nederlandse vlaggen en met zoveel mogelijk tegelijk bezetten we een kroeg want er was toch wel een beetje angst dat er groepjes Nederlanders verloren tussen de Duitsers zouden zitten. Want zo rond 20.00 uur begon de wedstrijd Nederland-Duitsland. Ik heb de wedstrijd met een schuin oog gevolgd. Sommige Nederlanders begonnen te joelen tijdens het Duitse volkslied. Ze werden door anderen tot zwijgen gebracht. In ruil gingen sommige Duitsers in het café joelen bij het Nederlandse volkslied maar dat werd compleet overstemd door het zingen van het Wilhelmus door alle Nederlanders. Na de rust vertrokken de Nederlanders naar een buitenlocatie met een groter scherm. De hele hoek van de straat werd geblokkeerd door alle Nederlanders. Tegen de gevel van een restaurant hing het grote scherm. Voor het grote scherm probeerde mensen nog rustig te eten, terwijl ze drie rijen dik omringd werden door Nederlanders, gefixeerd op het scherm. Dat was een humoristisch beeld. Het deed me denken aan Asterix en de romeinen. De mensen die beschaafd wilden genieten van een etentje en omsingeld werden door luidruchtige voetbalsupporters.
Uiteindelijk werd het 2-2, wat de beste score was die je kunt hebben als je te gast bent bij de tegenstander.
Die ochtend was ik blij dat ik oordopjes meehad. De vrouw aan mijn voeten was een eersteklas snurker en ik had er gelukkig geen last van. We werden gewekt met de intercom waarbij eerst drie keer een gong-geluid werd gemaakt. We hebben er later eens naar gevraagd en de uitleg was dat het drie keer was zodat we wisten dat er een mededeling aankwam. Want bij één keer zo’n geluid zouden we kunnen denken dat de knop per ongeluk was ingedrukt.
De afspraken voor de aankomende week werden doorgegeven. Iedere avond om half twaalf terug op de boot. Om twaalf uur ging het licht uit. Zodra je op de boot kwam moest je een kruisje voor je naam zetten op de aftekenlijst. Wie niet had afgetekend kreeg een opsporingsteam achter zich aan. Je mocht alleen met minimaal twee personen Keulen in. De afspraak over heren op de dameszaal en dames op de herenzaal bleef staan. Gesprekken mochten alleen stilletjes gevoerd worden in de gangen of op het dek. Waarmee de slapers op de gang gedegradeerd werden tot derdeklas-reizigers.
Nog steeds gingen wekkers een uur eerder af dan afgesproken om zo rijen naar de toiletten en douches te ontwijken.
Voor het eerste ontbijt liepen we naar de Messe (de beurs) van Keulen. Daar bleek dat onze reisorganisatie niet op de hoogte was gesteld dat het ontbijt na 9 uur niet meer uitgegeven werd en daarom niet meer voorradig was. Terwijl veel Nederlanders bleven staan wachten tot er een noodoplossing gevonden werd, liepen wij als groepje naar het centraal station om daar een lekker broodje te kopen. In de tussentijd liep Keulen vol met WJD-gangers. Heel erg vol. Duizenden Fransen, Italianen, Polen en Amerikanen. Vanuit het station kwam je op het Domplein dat vol liep. Overal Italianen maar ook Spanjaarden, Chilenen, Duitsers, Belgen, Indonesiërs, Peruanen, Mexicanen, Roemenen, Russen, Palestijnen, Mozambiquanen, noem maar op. En ieder bleef bij zijn eigen nationaliteit. De Zoetermeerse in mijn groep had de Nederlandse vlag bij zich die door mensen van verschillende nationaliteiten graag werd getekend. Soms een gesprekje, soms niet. Je trok in ieder geval niet met elkaar op. Wij liepen weer terug naar het station om naar Düsseldorf te gaan. Daar zou de grote openingsmis worden gehouden van de WJD, door de Aartsbisschop van Keulen.
De reis naar Düsseldorf was druk maar te doen. Daarna ging de reis verder per metro naar het voetbalstadion van Düsseldorf. Dat viel niet te doen. Het was de ergste soort van veevervoer. Ik stond tegen de deur aangedrukt, met iemand anders elleboog tegen mijn slaap aangedrukt. Iedere keer als de deur openging bij een station moest ik mensen duidelijk maken dat ze er niet meer bij konden en tegelijkertijd moest ik naar achteren blijven duwen zodat ik zelf niet uit de metro viel. De hele reis door in die metro zijn we begeleid door Duitse liederen op hoog volume en met veel gelach. Ik vond het een nachtmerrie.
Aangekomen in het stadion, woonden we een theatrale mis bij met een weinigzeggende homilie van de aartsbisschop. Om elk wissewasje werd geklapt en gejuigd. Om ons heen lieten de Zuid-Europeanen zich van hun meest vrome kan zien. Nederlanders zijn dan wel heel nuchter en blijkbaar één van de weinige volkeren die een preek willen krijgen waar ook nog wat mee gezegd wordt. Het thema van de WJD was: we zijn gekomen om Hem te aanbidden. Keulen is de stad waar de drie koningen te ruste liggen. Zij waren gekomen om het kindje Jezus te aanbidden. Deze viering stond ver af van aanbidding van Jezus. Het was gejoel, nationalistisch gezwaai met vlaggen en een aartsbisschop die slalomde om alle kerkelijke en nationalistische gevoeligheden van die miljoenen mensen heen.
Om de mensenmassa in de metro terug te ontwijken, bleven wij als groep zitten en keken naar het muziekprogramma dat na de mis kwam. Het was een selectie van B-artiesten die in het Duits zongen over wereldwijde vriendschap. Duitse zangers krijgen blijkbaar nog steeds van hun docenten mee dat ze overdreven moeten articuleren. Denni Christian zou je in vergelijking nog ruig noemen.
Bij het uitgaan van het stadion kregen we van een aantal medewerkers nog stiekem gratis broodjes bratwurst en schnitzel. Erg lekker. Daarna zijn we naar de boot vertrokken
‘s Avonds zijn we met een grotere groep een terras op gaan zoeken. We zaten net aan de drank toen een andere Nederlander aan onze tafel kwam zitten. Hij kwam uit Arnhem, leek al een slok op te hebben (of was sociaal gestoord) en schoffeerde de één na de ander. Zonder gescheld en geweld hebben we hem met moeite kwijt kunnen raken. En al gauw was het half 12 en moesten we naar de boot.
De volgende ochtend waren mensen vroeg op om de rijen te ontwijken voor toiletten, douches en wasbakken. Aan boord waren rond de 270 vrouwen en voor hen waren er vijf toiletten. Ik probeerde de rijen te ontwijken door lang te blijven liggen. Met een beetje spreiding vielen de rijen best mee.
De parochie(s) van Duisburg hadden voor ons ontbijt gezorgd en dat was ontzettend sympathiek van hen. Vertegenwoordigers kwamen bij ons aan boord voor een rondleiding en zwaaiden ons uit. De boot vertrok.
Het bleek dat de regel van gesprekken op de gang ook niet werkte aangezien daar ook mensen sliepen en of er geklaagd is of niet, weet ik niet maar mensen van het ene geslacht mochten helemaal niet meer op de slaapzalen van het andere geslacht komen. Dit zorgde voor protest van paren die samen op reis waren gegaan. Het gescheiden slapen was van tevoren al bekend en werd toen al tuttig gevonden maar niet eens meer bij elkaar op bezoek komen, dat ging te ver. Toch is die regel de hele week instand gebleven.
De herenslaapzaal op de eerste verdieping moest worden ontruimd omdat we daar eucharistieviering gingen houden. Van tevoren werd gezegd dat we de gehele viering konden blijven zitten omdat het staan, zitten en weer staan chaotisch zou zijn met zoveel mensen. Toch hield iedereen zich aan de gebruiken om te staan bij het evangelie enz. Bisschop Punt van Haarlem ging voor. Hij is een goede spreker. Hij vertelde o.a. over een neef van hem die boeddhistisch bedelmonnik was geworden in Thailand en de bisschop had toevertrouwd dat dat toch niet helemaal was waar hij naar op zoek was. Gelukkig, zo vond de bisschop. Blijkbaar zou de bisschop het ongelukkig vinden als het boeddhisme antwoorden had voor een man op zoektocht.
Wat mij de eerste dagen van de reis opviel was dat de bisschoppen zich conformistisch opstelden ten opzichte van het standpunt van Rome. En dat zou goed zijn, ware het niet dat zij hun conformisme niet uitlegden. Wat maakt dat zij vinden dat Rome gelijk heeft? Bij Bisschop van Luyn van Rotterdam viel het me keer op keer op dat hij moraaltheologie voortdurend uit de weg ging en zich toelegde op luchtige gesprekken met de jongeren. Het feit dat iemand van zijn leeftijd en functie zich zo ongecompliceerd kan gedragen met jongeren, is knap. Het feit dat hij geen enkele bij onze groep spelende moraaltheologische vraag beantwoordde, gaf dat ik de diepgang niet bij hem zocht. Ik heb geen enkele bisschop gesproken tijdens de reis. Ze bleven onder elkaar of, Van Luyn, deden luchtig met een aantal voor hen bekende jongeren. Ik kreeg niet de indruk dat ze in gesprek wilden.
Het was een korte reis van Duisburg naar Keulen. De meeste van ons waren naar het dek gegaan om daar met vlaggen, liedjes en yells onszelf te introduceren bij de Keulenaren. De volgende dag begonnen de Wereldjongerendagen en wij waren vroeg. Er was aardig wat publiek bij onze aanlegsteiger, waaronder een cameraploeg van de RKK. De reisleidster, Mirjam Brouwer, werd aan boord binnengehaald. De organisatie gaf iedere passagier vijf euro om in de stad te gaan eten. Om half twaalf moesten we weer terug zijn. Uiteraard gingen de meeste mensen naar de Mac waar al een paar groepen uit andere landen te zien waren. Polen en Denen maar iedere groep bleef op zichzelf. Van gesprekken kwam het niet.
Na het eten bij de Mac liep ik met mijn groep de stad door op zoek naar een café. Er waren een aantal straatmuzikanten waaronder groepen met viool, die erg goed speelden. Cafés waren moeilijker te vinden. Onderweg heb ik nog eventjes gepraat met mensen uit de Dominicaanse Republiek. Moegelopen streken we neer bij niet zo’n heel gezellig café en vroegen daar of zijn twee dagen later de voetbalwedstrijd Nederland-Duitsland zouden uitzenden. Dat hing van de behoefte van het publiek af. We zijn daar gaan zitten en hebben het zelf gezellig gemaakt, vooral met een klapspelletje.
Onneke, Tonneke, Tre-heska (Donneke mag ook)
Geef maar door
Geef maar door
Deo, Deo twiet-twiet-twiet (drie keer op de hand van de ander klappen)
Deo, Deo twiet-twiet-twiet
1, 2, 3!
Degene die geraakt werd bij tel 3 was af. En sloeg de ander mis dan was die af. Ontzettend leuk spelletje.
Iets voor half twaalf waren we terug bij de boot.
Mensen stonden wel heel vroeg op om rijen bij toilet en douche te ontwijken. Daarom liep ik het gebouw door op zoek naar andere wc’s. Ik heb ze gevonden en daar was het licht niet aan maar met een beetje survivalen lukte het me, inclusief het ook weer vinden van de uitgang. De gesprekken gingen over de slechte organisatie. Zo hadden we de avond tevoren het avondgebed gemist omdat onze bussen op zich hadden laten wachten. Het ochtendgebed miste ik ook omdat het gedrang iedereen ophield. Het ontbijt en het lunchpakket dat de universiteit voor ons regelde was goed. De universiteit profileerde zich.
Na het ontbijt werd een eucharistieviering gehouden onder leiding van Bisschop van Luyn van Rotterdam, Van Burghstede, hulpbisschop van Haarlem en Bisschop de Becker van Paramaribo. Ik zong in het koor en de hele reis lang hebben we mooie liederen gehad, geënt op jongeren. Van Luyn gebruikte zijn homilie om het levensverhaal van de zalige Karl Leisner te vertellen. Als Van Luyn mij om advies had gevraagd, had ik hem gezegd de biografie op een andere wijze aan ons te vertellen en de homilie te wijden aan een boodschap aan ons. Het levensverhaal van Karl Leisner is niet kort.
Ook Leisner heeft geleden onder het nazi-regime. Hij was leider van een katholieke jeugdbeweging en alle jeugdbewegingen werden verboden met uitzondering van de nazi-jeugdbewegingen. Omdat hij zijn voor de nazi’s onwelgevallige, katholieke mening bleef houden, was hij verdacht. Hij werd te werk gesteld bij de drooglegging van een moeras, liep daar TBC op. Bleef daar aan lijden terwijl hij opgesloten werd en uiteindelijk overleed in Dachau. Voor zijn overlijden kon hij door een opgesloten Franse bisschop tot priester worden gewijd en heeft hij doodziek eenmaal een mis kunnen opdragen.
Na onze mis pakten we de spullen in en stapten in bussen. Ook dit vertraagde door de massa mensen flink maar het stoorde niet. We reden naar Xanten in Duitsland om daar de Dom te bekijken. In de crypte van de dom is een grafmonument gebouwd voor Karl Leisner en andere nazi-slachtoffers. De Dom van Xanten bergt een aantal schitterende schrijnen in zich.
Vanuit Xanten liepen we naar de rivier toe om daar op een rondvaartboot te stappen. De reis ging naar Duisburg. We zaten gezellig op het dek maar moesten daar helaas weg om een soort ganzenbord te spelen wat geen enkele verdieping of bezinning opleverde. Daarna aten we nasi. (overigens hebben we de eerste dag in gezelschap van de twee politica spaghetti bolognese gegeten).
Vlak na het avondeten kwamen we aan in Duisburg. Daar lag de boot waarop we een week zouden logeren in Keulen. Iedereen zocht zijn bagage bij zich en liep naar de zee van mensen die ontstond voor de loopplank naar de boot. De organisatie probeerde tevergeefs de aanmonstering te organiseren. Eerst moesten we groepen van vijf maken. In tweede instantie mochten eerst de Surinaamse reizigers de boot op. In derde instantie eerst alle meiden. Ik weet niet meer welke wijzigingen er daarna nog zijn omgeroepen want ik raakte toen op de boot. Ook op de boot werden we gedirigeerd met de bedoeling dat we zo dicht mogelijk bij elkaar een slaapplaats zouden maken. Want wat bleek: de organisatie had zich verrekend, De boot was te klein.
Een aantal uur later was iedereen op de boot. Er waren twee slaapzalen voor de mannen, drie slaapzalen (waarvan één kleintje) voor de vrouwen en ongewild door de organisatie werd er ook gemengd geslapen want mensen moesten op de gangen gaan liggen en op het dek buiten. De afspraak werd gemaakt dat mensen van het ene geslacht na 22 uur niet meer in de slaapzalen van mensen van het andere geslacht mochten komen en dat gesprekken alleen in de gangen mochten worden gevoerd. We waren moe en opnieuw teleurgesteld in de organisatie. Hun afspraken interesseerde ons niets, we wilden slapen.
De reis naar de wereldjongerendagen in Keulen begon op zaterdag 13 augustus. We vertrokken met twee rondvaartboten van de firma Spido. Met wij bedoel ik de reizigers die zich hadden aangemeld bij de bisdommen Haarlem en Rotterdam. *Foto’s volgen nog*
Om 5 uur was ik opgestaan en had ik de laatste spullen in mijn tas gestopt. Met mijn trekkersrugzak liep ik naar de Erasmusbrug. Prettig dat ik zo dichtbij woon maar mijn rugzak was wel heel zwaar. Later bleek dat ik een brief niet had ontvangen. Om half 8 was het aantreden maar om half 10 vertrokken we pas. Had ik dat geweten dan was ik wat langer in bed blijven liggen.
Er waren in totaal 550 passagiers. Iedereen was ingedeeld in deelgroepjes. Ik zat in deelgroep 4 met drie Amsterdammers, een Hagenees, een Zoetermeerse en drie mensen uit Rotterdam of omstreken, waaronder een lerares Duits. Dat is handig als je naar Keulen gaat. Onze deelgroepleider was een priesterstudent. We vertrokken naar Nijmegen (uitgezwaaid door wethouder Leonard Geluk van Rotterdam) en voeren langs Dordrecht en Zaltbommel. Ondertussen hadden we wat kennismakingsspelletjes te doen en mocht ons groepje de koffie en thee uitdelen. Bij Zaltbommel kwamen minister Maria van der Hoeven en Europarlementariër Maria ik-weet-haar-achternaam-niet. Beiden van het CDA en beiden daarom getuigend van hun geloof en ons op het hart drukkende dat we er goed aan deden naar de wereldjongerendagen te gaan en ons te profileren als katholieken.
Om half zes kwamen we in Nijmegen aan en liepen we een endje naar de (ik dacht) Stephanuskerk. Die kerk is opgekocht door de gemeente en dat maakt zo’n kerk dan al snel een verzamelplaats van cultuur in plaats van haar eigenlijke bestemming. Heel jammer want het is een mooie kerk.
Onderweg naar Nijmegen hadden we een biografie gehoord van de zalige Titus Brandsma die omwille van zijn geloof verzet pleegde tegen de Duitse bezetters in de Tweede Wereldoorlog en als gevolg stief in Dachau. In de kerk in Nijmegen kwam een oude Pater Carmeliet op die een getuigenis aflegde van zijn herinneringen aan Titus Brandsma die hij persoonlijk gekend heeft. Het was een hele inspirerende getuigenis maar we waren moe gemaakt door de reis en niemand in mijn omgeving heeft er zijn volle aandacht aan kunnen geven. De organisatie vond het daarna ook nodig om ons workshops handenarbeid, drama en zang te geven in plaats van ons te laten slapen. Na afsluiting van de workshops mochten we door het centrum naar de bussen lopen. De bussen waren met uitzondering van één verdwaald geraakt. We moesten ongeveer een uur wachten tot de bussen de plek van ophalen hadden gevonden. In de regen kwamen we aan op het terrein van de Radboud Universiteit. Daar zouden we slapen in de sporthallen. Ook hier wist de buschauffeur de weg niet en moesten we het laatste stuk lopen naar de sporthallen. De irritatie was wel aan de hoge kant. Helemaal omdat de organisatie soft reageerde met nietszeggende adviezen.
We legden onze matjes neer, zochten ons een weg door de drukke kleedkamers om tanden te poetsen en te douchen en gingen slapen.